We hebben nog excursiebonnen van Natuurmonumenten liggen en die gaan we vandaag verzilveren voor een vaarexcursie naar de Grote Otterskooi. Vanaf Zwolle bussen we in drie kwartier naar Sint-Jansklooster. Bij het uitstappen bevinden we ons op bekend terrein: 10 jaar geleden liepen we hier het Zuiderzeepad. Nu lopen we naar het pittoreske buurtschap De Leeuwte , waar ook het bezoekerscentrum is gevestigd.
Ook de tuinen zijn hier het aanschouwen meer dan waard.
Aan het eind van het dorp ligt de boot waar we straks mee op excursie gaan al klaar naast een Tjasker.
Omdat we nog wat tijd hebben, lopen we eerst het vlonderpad. We komen langs een veendershuisje, waar de arbeiders aten en sliepen.
Vlakbij heeft men de fundamenten van nog een huisje blootgelegd.
Soms hebben we zicht op de Beulaker Wieden.
Op het laatste stuk van ons wandelingetje vergezelt een zwanenfamilie ons.
Terug bij het bezoekerscentrum melden we ons aan. er blijkt zoveel belangstelling te zijn dat er met twee boten wordt gevaren. De eerste boot is al vol met 20 man/vrouw. Wij vertrekken iets later om elkaar straks in de kooi niet voor de voeten te lopen. Het is vandaag een uitzonderlijk warme dag voor september met zeer veel zon. Hoedje op en goed smeren! Zodra we op het meer zijn krijgen we een uiteenzetting over de historie van dit gebied. Het was in de achttiende eeuw al grotendeels verveend en bestond dus uit smalle stroken land (legakkers) met daartussen water (trekgaten). In dit gebied lag het dorpje Beulake. In 1775 en 1776 vonden er dijkdoorbraken van de Zuiderzee plaats, waarbij het plaatsje grotendeels werd weggespoeld. In 1776 hadden de overgebleven bewoners zich verzameld in het kerkje en stonden bovenop de kerkbanken. Gelukkig bleef het kerkje gespaard, maar de bewoners zochten elders hun heil. Bij de watersnood van 1825 stortte de kerk alsnog in het water. De drijvende preekstoel werd uit het water gehaald en doet nu nog steeds dienst in de Mariakerk van Vollenhove. Overigens verdween bij diezelfde watersnood ook de kerk van Doornspijk in de Zuiderzee. Landafslag is ook heden ten dage een groot probleem. Er is op dit moment een groot landaanwinningsproject in uitvoering. De mate van landverlies is goed te zien aan de oude beschoeiing die op grote afstand van het land nog boven water staat. De paaltjes worden nu gebruikt als rustplaats voor aalscholvers.
Op de plaats van het voormalige Beulake zijn heel veel voorwerpen opgedoken: gereedschap, heel veel aardewerk en zelfs schoenzolen. Op de boot is een collectie aanwezig die we kunnen bekijken.
We gaan van het meer af om koers te zetten naar Dwarsgracht. De vaarweg is vrij smal, maar de elektrische boot voelt zich als een vis in het water.
In Dwarsgracht zijn alle huisjes met elkaar verbonden door bruggetjes.
Aan de oever staat ook een standbeeld van een veender aan de arbeid.
Ook in deze plaats heeft de watersnood van 1825 huisgehouden. Er zijn dan ook maar enkele boerderijtjes van voor die tijd.
Soms zijn ze wel heel erg gelikt gerestaureerd.
Omdat er ook diverse bruggen over ons vaarwater zijn, is het bij het passeren bukken geblazen.
Aan het eind van het dorp duiken we een zijslootje in om af te meren voor de Grote Otterskooi.
De naam van de kooi verwijst niet naar hier mogelijk voorkomende otter, maar naar de naam van de kooikersfamilie Otter. De kooi is de grootste ter wereld. Hij had vijf plassen, waarvan er drie nog open gehouden worden. Over een smal en ongelijk paadje in het "oerbos" lopen we naar het kooikershuisje. De excursieleider van de eerste groep, die deze excursie voor het eerst doet heeft niet begrepen dat hij een voorsprong moest nemen en staat met zijn groep nog geduldig te wachten. Wij krijgen een uitgebreide uitleg over het kooikersbestaan en bekijken de vangpijpen
, de rietschermen die de plas omringen en het eind van de vangpijp.
Eigenlijk zijn we in de slechtste tijd op excursie. De eenden zijn in de rui en laten zich niet zien. De zomergasten onder de vogels zijn grotendeels vertrokken en de wintergasten moeten nog komen. Een van de kooiplassen is in ieder geval helemaal leeg.
Op het terrein staat ook het korvenhutje. Hier worden de eendenkorven buiten het broedseizoen bewaard.
Onze excursieleidster is overenthousiast en laat ons geen moment met rust door continu over van alles te vertellen.
Via het Giethoornse meer komen we in de Walengracht. Op de voormalige hooilanden zien we konikpaarden lopen.
We passeren het pontje naar Jonen, waar we wel eens in de Theetuin hebben gezeten.
Ook is hier vrij veel recreatievaart.
Dan duiken we weer een klein slootje in: de Vaartsloot. Op een weiland ernaast ontdekken we een purperreiger.
Aan het eind van de Vaartsloot bevindt zich een stuw. Door de droogte van de afgelopen tijd moet er water worden aangevuld, maar dit is te voedselrijk. Dat willen ze niet in dit natuurgebied hebben. Om toch door te kunnen varen, moeten we op een knop drukken, waardoor de stuw tijdelijk naar beneden gaat.
Via het meer bereiken we ons uitgangspunt weer. Lilian wil voor vertrek nog het laarzenpad lopen, waarbij viermaal een pontje gebruikt moet worden. Die pontjes zijn behoorlijk wiebelig en kunnen maximaal vier personen bevatten. Aan beide zijden van de pont bevindt zich een touw van de lengte van de oversteek. Meestal ligt het touw in het water en heeft de pont genoeg ruimte om af te drijven. De eerste oversteek lukt met Lilian als motor.
We wandelen door het hoge riet
met zo nu en dan uitzicht op de plas.
Ook staat er zo hier daar nog wel wat te bloeien, zoals moerasspirea.
Als we bij het derde pontje aankomen lijkt die verdwenen, maar blijkt achter een bosje in een zijsloot te liggen.
Weer terug is alles gesloten, het is vijf uur geweest. We lopen dan maar naar de bus voor de terugreis. Een heel aardige, maar erg warme dag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten